Hoe voorkom je een stalbrand? – Acht oorzaken en tien tips

Tientallen keren per jaar vindt er een grote stalbrand plaats in ons land. Dat zorgt voor veel ellende. Met name omdat er vaak dierlijke slachtoffers zijn te betreuren. Een brand kan niet altijd worden voorkomen, maar gelukkig kan een agrariër zelf veel doen om het risico zo klein mogelijk te houden. Lees in deze checklist hoe.

Als je een brand wilt voorkomen, moet je natuurlijk eerst weten hoe die ontstaat. We noemen de acht meest voorkomende oorzaken.

I. Met stip op één: brand door elektrische installaties

Op ieder agrarisch bedrijf zijn elektrische installaties, elektromotoren en ventilatoren te vinden. Denk aan de verlichting en de verwarming, maar ook aan drink-, voer- en melkmachines. Een agrariër is mede door nieuwe ontwikkelingen afhankelijk van techniek. Als je die installaties goed onderhoudt, kun je brand voorkomen. Slecht onderhoud kan immers leiden tot oververhitting of kortsluiting. Maar hoe doe je dat, goed onderhoud?

Tip 1: Laat je elektrische installatie ALTIJD aanleggen, of aanpassen en opleveren door een erkend installateur volgens de NEN1010.

Laat vervolgens periodiek (na drie tot vijf jaar) een Scope 10 elektrakeuring uitvoeren. Deze keuring is mede gericht op brandveiligheid. Werk je met personeel? Kies dan aanvullend voor een Scope 8 keuring, die arbeidsveiligheid als uitgangspunt heeft. Klik hier voor een lijst van gecertificeerde bedrijven.

Tip 2: Heb je zonnepanelen op het dak van de stal of ben je van plan deze te gaan plaatsen? Vraag je verzekeraar welke eisen er zijn.

Laat die installatie keuren bij oplevering (Scope 12) en vervolgens periodiek keuren. En plaats de omvormers BUITEN de stal op een brandvrije ondergrond of in een ruimte buiten de stal.
Informeer altijd je verzekeraar of tussenpersoon vóór het plaatsen van de panelen en vraag naar de geldende preventiemaatregelen.

 

II. Menselijk handelen

Een tweede belangrijke oorzaak van stalbranden is menselijk handelen. Juist op dit punt kun je veel doen om de kans op brand te beperken.

 

Tip 3: Misschien hoef je helemaal niet te lassen of te slijpen, omdat je de materialen ook met schroeven kunt verbinden.

Als het wel moet, doe dat lassen of slijpen dan het liefst buiten de stal. En als het niet buiten kan, zorg dan dat je voldoende blusmiddelen bij de hand hebt. Brandblussers, water en blusdekens. Controleer regelmatig of deze nog werken en sluit een onderhoudscontract af.

 

Tip 4: Het klinkt zo simpel, maar zorg dat je stal netjes opgeruimd is.

Verwijder brandbare materialen, scherm je werkplek af met schotten en dek mestroosters af. Geef duidelijke instructies aan je personeel, ook als je werk uitbesteedt. En maak na werkzaamheden waarbij vuur of vonken vrij kunnen zijn gekomen, een checkronde door je stal. Doe dit meteen en herhaal dit nog een keer na een uur en voor het slapen gaan.

 

III. Verwarming

Wat voor werkzaamheden als lassen en slijpen geldt, geldt ook voor de verwarming. Probeer de vuurbron van de verwarming buiten de stal te plaatsen. Plaats geen open vuur of kachel in de stal. En als het echt niet anders kan, zet de kachel dan in een brandwerend compartiment.

 

Tip 5: Voor verwarmingsketels kun je een aparte gecompartimenteerde technische ruimte maken, uiteraard buiten de stal.

 

IV. Broei

Als je gaat oogsten, is het belangrijk om het hooi en stro goed op te slaan. Sla geen hooi- en strobalen op in de stal, maar in een losse schuur of buiten in gewikkelde balen.
En wees alert op de geur van hooibroei. Deze chemische geur lijkt op de geur van zwavel en tabak. Als er condens op het hooi staat, kan dat een teken van broei zijn.
Met een steekthermometer kan de kerntemperatuur van het hooi of stro worden gemeten. Vraag je verzekeraar naar de mogelijkheden voor het peilen van de temperatuur.

Je kunt broei voorkomen door alleen volledig droge hooi of stro te persen. Zorg ook voor voldoende ruimte tussen de balen bij de opslag. Als je twijfelt, wikkel dan de balen in en sla deze buiten op.

 

Tip 6: Broei kan ook ontstaan in mest, houtsnippers en pellet korrels. Sla het daarom buiten op en niet te hoog (maximaal 3 meter).

 

V. Acculaden

Accu’s zijn niet meer weg te denken bij een agrarisch bedrijf, maar het laden is niet zonder risico. Daarom is het goed een paar voorzorgmaatregelen in acht te nemen:
• houd de omgeving vrij en zorg voor voldoende ventilatie;
• monteer gekoppelde rook- of thermische melders in de stal en bij het laadstation;
• zorg voor een vaste laadplaats opstelling met aanrijbescherming;
• laat aansluitkabels niet op de grond liggen (hang ze op);
• monteer een (automatische) brandblusser in de laadkast;
• laat de accu’s en de lader ieder jaar keuren;
• stel een RI & E op voor gasontploffingsgevaar (volgens de NEN-EN-IEC 60079-10 en NPR 7910);
• hanteer een ATEX-zone en een rookverbod rondom de lader.

 

VI. Mestmixen

Gemiddeld vallen er drie doden per jaar in ons land door mestgassen. En waarschijnlijk is dat slechts het topje van de ijsberg. Wees je daarom altijd bewust van de risico’s en denk eens aan het gebruik van een mestgasmeter bij mestverwerkingsinstallaties.

Bij het mixen van drijfmest komen er schadelijke gassen vrij, die:
1. zuurstof verdringen, waardoor mensen en dieren bewusteloos kunnen raken en in het ernstigste geval overlijden:
2. explosief zijn, waardoor ontploffingen kunnen ontstaan.

 

Tip 7: Laat tijdens het mixen van mest geen mensen in de stal en breng, als dat mogelijk is, de dieren naar buiten.

Blijf zelf ook liefst buiten de stal. Lukt dat niet, mix dan niet bij windstil weer. En zorg altijd voor maximale ventilatie.

 

Tip 8: Elke vonk in en rondom de stal moet je voorkomen. Maak mestrobots, voerstations, licht en alles dat tijdelijk zonder stroom kan, spanningsloos.

Ook roken en open vuur in en rond de stal is, vooral tijdens mestmixen, verboden.

 

VII. Zelfontbranding voertuigen

Zelfontbranding van trekkers of shovels komt vaker voor dan je verwacht. Als die voertuigen in de stal staan, kan dat overslaan. De oorzaak ligt vaak bij de startmotor of andere elektrische onderdelen.

 

Tip 9: Simpelste oplossing? Laat de trekker niet in de (buurt van de) stal staan of vlakbij brandbare opslag.

Maak de motor en de uitlaat stofvrij na intensief gebruik tijdens bijvoorbeeld hooien of oogsten. Ook kun je een massaschakelaar in de trekker plaatsen, zodat de spanning naar de accu wordt onderbroken en er geen kortsluiting kan ontstaan.

Extra voordeel van die massaschakelaar is dat de trekker ook minder makkelijk wordt gestolen, omdat de criminelen eerst moeten ontdekken waar de schakelaar zit!

 

VIII. Let op stof!

Een stalbrand kan zich zeer snel verspreiden als het luchtkanaal vol met stof zit. Stof kan namelijk erg snel vlam vatten en is zeer brandbaar.
Zorg er dan ook voor dat er geen ontstekingsbronnen in het luchtkanaal zitten (verlichting of kabel aansluitingen). En neem ook deze ruimte mee in de SCIOS scope 10 keuring.

 

Tip 10: Laat geregeld het luchtkanaal controleren en schoonmaken door een gespecialiseerd reinigingsbedrijf.

Dit geldt ook voor de eventueel aanwezige frequentie regelaars.

 

Ben jij al op de toekomst voorbereid?

Steeds meer agrarische ondernemers investeren in een Energie Opslag Systeem (EOS). Terecht, maar wist jij dat er verschillende soorten batterijen bestaan, die allemaal een ander brandrisico hebben? Waar kies je voor?
Zo is er de lithium ijzerfosfaat batterij (LiFePO4). Deze batterij kan met hoog vermogen worden opgeladen en ontladen. Bovendien heeft die een lange levensduur (veel laadcycli) en een hoge energiedichtheid. Deze batterij is veiliger en stabieler is dan andere lithium-ion gebaseerde batterijen. Ze kunnen extreem hoge temperaturen weerstaan en er is weinig tot geen kans op explosies bij overlading, oververhitting, kortsluiting en beschadiging. De batterij is wel iets duurder dan een lithium-ion batterij.

Ook is er de zoutwaterbatterij. Deze is veiliger dan bijvoorbeeld lithiumbatterijen. De snelheid van opladen is echter minder en deze batterij is prijziger. Laat je bij de aanschaf van een batterij dan ook goed door een deskundige informeren.

• Plaats de batterij-opslag buiten de stal en op minstens tien meter afstand van de gevel.
• Als je de opslag toch binnen de gebouwen plaatst, doe dat dan in een 60 minuten brandwerend compartiment met rookmelding en automatische brandblusser.
• De behuizing/container moet zijn voorzien van een rookmelder met doormelding en een automatische brandblusser.
• Het EOS moet zijn geïnstalleerd volgens de norm.

Let op!

Als je nu overweegt om een EOS-systeem, zonnepanelen of een waterstofsysteem aan te schaffen, neem dan eerst contact op met je verzekeraar of assurantieadviseur. Zij kunnen jou informeren over de mogelijkheden en veiligheidseisen, zodat de brandrisico’s zo klein mogelijk blijven. Bovendien voorkom je daarmee verrassingen, zoals bouwkundige aanpassingen, achteraf.