Glasgroenten: van efficiëntie naar waarde 

De afgelopen decennia heeft de glastuinbouw geïnvesteerd in efficiëntie en leveringszekerheid. De kilo’s per vierkante meter zijn nergens zo hoog en zo zeker als in Nederland. Deze efficiëntieslag is goed geweest voor de concurrentiepositie van de tuinders.

Om de sterke positie te behouden moet de sector de volgende slag maken naar een meer duurzame en transparante productie en naar meer aandacht voor goed werkgeverschap en kwalitatieve productkenmerken als smaak en nutriënten.

De Nederlandse glasgroentesector is zeer efficiënt. Niet alleen is het de sector in de afgelopen tien jaar gelukt om per vierkante meter steeds meer tomaten, paprika’s, aubergines en komkommers te produceren, dit wordt ook nog eens gedaan met minder energie per vierkante meter, minder pesticiden en minder water. Dit maakt dat Nederlandse glasgroentebedrijven ondanks relatief hogere arbeids-en kapitaalkosten een sterke positie hebben in de West-Europese markt voor vruchtgroenten. Hoewel Marokko terrein wint op de exportmarkt, is Nederland nog altijd een sterke exporteur van onder meer tomaten naar Europese Unie landen.

Fossiele energie

Waar andere landbouwsectoren, zoals de veehouderij, onder een maatschappelijk vergrootglas liggen als het gaat om dierenwelzijn, stikstofemissie en biodiversiteit, heeft de glasgroentesector de laatste jaren meer in de schaduw kunnen opereren. Door onder andere de corona- en de energiecrisis komt daar verandering in, zo verwacht ABN AMRO. De samenleving is zich in toenemende mate bewust dat de glasgroentesector nog steeds erg afhankelijk is van fossiele energie en de inzet van goedkoop personeel uit het buitenland.

De sector heeft weliswaar al veel geïnvesteerd om minder afhankelijk te worden van aardgas en laagbetaalde arbeid, maar het is nog niet voldoende geweest. Dit kan ertoe leiden dat ook de glasgroentesector onder het vergrootglas van politiek en publiek komt en wordt geconfronteerd met extra regelgeving of een afnemende vraag. De sector ontkomt er daarom niet aan om meer te investeren in alternatieve energiebronnen en robotisering om de afhankelijkheid van ‘ouderwetse’ hulpbronnen te verkleinen. Dit zal er ook voor zorgen dat jonge mensen nog meer geïnteresseerd worden om in deze data-gedreven, hightech sector te gaan werken.

Zoals gezegd heeft de sector niet stil gezeten. De sector heeft de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in verdere verduurzaming en optimalisering van de productie. Zo wordt er al volop geïnvesteerd in alternatieve bronnen zoals aardwarmte en restwarmte vanuit de industrie en afvalverwerking. ABN AMRO verwacht een flinke toename van de investeringen in duurzamere oplossingen de komende jaren.

Consument

Verduurzaming zal op korte termijn tot hogere productiekosten leiden. Dit is alleen vol te houden als hiervoor vanuit de keten compensatie komt middels hogere prijzen of afzetgaranties. De verwachting is dat supermarkten meer duurzame producten gaan verkopen en hiervoor ook transparantie en verantwoording aan de consumenten gaat afleggen. Dit is ook specifiek genoemd in het coalitie-akkoord. Veel glasgroenteproducten, zoals tomaten, paprika’s en komkommers liggen nu anoniem in de schappen en zijn uitwisselbaar voor iedere producent uit verschillende productielanden. Hierdoor is het voor consumenten moeilijk een keus te maken voor een meer duurzaam product.

Er zijn verschillende manieren om de mate van duurzaamheid transparant te maken. Dit kan door middel van keurmerken zoals On the way to Planet Proof en ‘Beter voor’. Veel telers hebben zich inmiddels aangesloten bij het keurmerk On the way to Planet Proof. Het afgelopen jaar is het planet proof-areaal van glasgroenten met 24 procent toegenomen. Dit keurmerk vereist net als andere duurzame keurmerken aanpassing van de bedrijfsvoering en vergt extra kosten voor certificering. Deze kosten moeten natuurlijk terugverdiend worden in de keten via hogere prijzen of vaste leveringsafspraken. Beiden gebeurt nog onvoldoende hetgeen leidt tot margedruk voor telers.

De verwachting is dat duurzaamheid niet alleen via certificering gecommuniceerd gaat worden. De duurzaamheid van een product is ook te bepalen met een Levens Cyclus Analyse-berekening (LCA). Hierbij worden alle milieu aspecten mee gewogen om producten onderling vergelijkbaar te maken. Het wordt hiermee voor consumenten makkelijker om duurzame keuzes te maken. Het wordt dan mogelijk om de milieubelasting van het product kenbaar te maken op de kassabon.

Gezondheid en reststromen

De voedingstuinbouw heeft het tij mee. De aandacht voor gezonde voeding is door de coronacrisis beter op het netvlies gekomen van consumenten en de overheid. De aandacht voor plantaardige voeding helpt mee om de verkoop te stimuleren. In het algemeen wordt aangenomen dat de consumptie van groenten en fruit voordelen heeft voor de gezondheid van mensen. Niet voor niets stimuleert het Voedingscentrum deze consumptie en hebben ze een prominente plaats in de schijf van vijf. Vanuit de politiek wordt vaker een beroep gedaan op bijvoorbeeld het stimuleren van de consumptie van groente en fruit in bedrijfskantines. Met de verlaging van het BTW-tarief naar nul procent wordt er in het nieuwe regeerakoord gehoor aan gegeven.

Het wordt voor de glasgroentesector belangrijker om zich verder te richten op de inhoudsstoffen en nutriënten. Naast de veredeling om de productie en smaak verder te optimaliseren en planten vrij te waren van virussen, is het noodzaak om ook de aanwezige nutriënten op peil te houden of te verbeteren. Het is denkbaar dat in de toekomst de duurzaamheid van producten niet meer wordt afgewogen als verhouding tot een kilo product. Het is zuiverder om de duurzaamheid af te wegen in verhouding tot de bijdrage van het product aan een gezond voedingspatroon, de aanwezige nutriënten. Als een product uit een dieet wordt vervangen, zal een ander product of groep producten wel de juiste nutriënten moeten bevatten om dit op te kunnen vangen.

Veredeling kan ook een grote rol spelen om de waarde van reststromen uit de glasgroentesector te verhogen. Een voorbeeld is ervoor te zorgen dat de vezels in de plantenstelen beter geschikt zijn voor verschillende toepassingen in de ‘biobased ecomony’. Door de afbouw van op fossiele materialen gebaseerde producten zullen meer plant based toepassingen vereist worden als vervanging voor verpakking, kleding, isolatie en bouwmaterialen. Hiermee wordt direct ook CO₂ opgeslagen en verbetert de duurzaamheid van de gehele productie.